Slitex
VALBESCHERMING

Veiligheid op het hoogste niveau.

Wet en regelgeving.

In het Arbobesluit artikel 2.29 is bepaald dat een opdrachtgever verplicht is om, zo mogelijk al in het ontwerp, voorzieningen mee te nemen of laten nemen voor het veilig en gezond kunnen uitvoeren van latere onderhouds- en/of reinigingswerkzaamheden.

Deze voorzieningen dienen in een Veiligheids- en Gezondheidsdossier (V&G-dossier) vastgelegd te zijn. Tijdens de bouw kan dit dossier nog worden aangepast, maar bij het gereed komen van het bouwwerk behoort dit dossier overgedragen te worden aan de eigenaar of beheerder.

Volgens de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet artikel 5 is men sinds 1 januari 2000 verplicht een projectgebonden Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) uit te laten voeren. In deze RI&E worden de risico's in kaart gebracht waaruit een plan van aanpak kan worden opgesteld om de aangetroffen knelpunten op te lossen. Daken die niet veilig toegankelijk en.of beloopbaar zijn mogen niet betreden worden. Hiervan worden de werkplekken die zich op meer dan 4 meter van een onbeveiligde dakrand bevinden en veilig bereikbaar zijn uitgezonderd.

Arbobeleidsregel 3.16 spreekt over permanente voorzieningen bij periodiek terugkerende werkzaamheden op daken. Bij kortdurende onderhoudswerkzaamheden (incidenteel en niet langer dan 16 uur) kan men gebruik maken van Persoonlijke Beschermings Middelen (PBM's) zoals werkplekpositioneringssystemen en gebiedsbegrenzingssystemen. In eerste instantie dient men zich te richten op de z.g. "bron-aanpak". Pas als dit, redelijkerwijs, niet mogelijk is mag men zijn toevlucht nemen naar de inzetbaarheid van PBM's. Daarnaast dient men te waarschuwen voor de diverse gevaren, zoals val-, struikel-, doorvalgevaar, etc.

In het Arbobesluit artikel 2.29 is bepaald dat een opdrachtgever verplicht is om, zo mogelijk al in het ontwerp, voorzieningen mee te nemen of laten nemen voor het veilig en gezond kunnen uitvoeren van latere onderhouds- en/of reinigingswerkzaamheden. Deze bepaling is sinds augustus 1994 al geldig. Deze voorzieningen dienen in een Veiligheids- en Gezondheidsdossier (V&G-dossier) vastgelegd te zijn. Tijdens de bouw kan dit dossier nog worden aangepast, maar bij het gereed komen van het bouwwerk behoort dit dossier overgedragen te worden aan de eigenaar of beheerder.

Volgens de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet artikel 5 is men sinds 1 januari 2000 verplicht een projectgebonden Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) uit te laten voeren. In deze RI&E worden de risico's in kaart gebracht waaruit een plan van aanpak kan worden opgesteld om de aangetroffen knelpunten op te lossen. Daken die niet veilig toegankelijk en.of beloopbaar zijn mogen niet betreden worden. Hiervan worden de werkplekken die zich op meer dan 4 meter van een onbeveiligde dakrand bevinden en veilig bereikbaar zijn uitgezonderd.

Arbobeleidsregel 3.16 spreekt over permanente voorzieningen bij periodiek terugkerende werkzaamheden op daken. Bij kortdurende onderhoudswerkzaamheden (incidenteel en niet langer dan 16 uur) kan men gebruik maken van Persoonlijke Beschermings Middelen (PBM's) zoals werkplekpositioneringssystemen en gebiedsbegrenzingssystemen. In eerste instantie dient men zich te richten op de z.g. "bron-aanpak". Pas als dit, redelijkerwijs, niet mogelijk is mag men zijn toevlucht nemen naar de inzetbaarheid van PBM's. Daarnaast dient men te waarschuwen voor de diverse gevaren, zoals val-, struikel-, doorvalgevaar, etc.

Voorschriften

Valbescherming.
Een valbeschermingssysteem is vereist als een arbeider het risico loopt te vallen vanaf een verhoogde positie boven de toegestane hoogte waarbij valbeveiliging is vereist. In Nederland vanaf 2.50 meter.
Een persoonlijk valbeschermingssysteem is een passief systeem dat alleen in werking treedt bij een val. Nadat de val gestopt is moet de apparatuur buiten gebruik worden gesteld en door een hiervoor bevoegde persoon worden geïnspecteerd. Ieder onderdeel dat bij de inspectie wordt afgekeurd moet worden vervangen.

Risico - inventarisatie.
Voordat de onderdelen van een valbeveiligingssysteem gekozen worden, moeten de gevaren op de werkplek worden onderzocht. Dit om vast te stellen welke mogelijkheden moeten worden geselecteerd om ook bescherming te bieden tegen eventuele op de werkplek aanwezige secundaire risico`s. Deze secundaire risico´s kunnen o.a. zijn: Electrische schokken, uitzonderlijke hitte of hete objecten, ontvlambare vloeistoffen en gassen, vonken, vlammen, draaiende machines, basische en zure chemische stoffen, uitzonderlijke kou en ijs, oppervlakken en scherpe randen, harde wind, wankele oppervlakken of bewegende materialen, vloeistoffen en andere stoffen die kunnen overstromen, mogelijke langere reddings - ophaaltijd.
Onderzoek naar deze risico´s stellen u in staat de juiste opties te kiezen voor uw valbeveiligingssysteem. Sommige van deze factoren kunnen worden gecontroleerd door goede lock out/tag out procedures toe te passen. daarnaast zal een analyse van de geometrie van de werkplek en het valraam u in staat stellen de juiste uitrusting te kiezen. Deze analyse zal vaststellen hoe ver het ankerpunt zich van de werkplek bevindt, de afmeting van de werkplek, toegangseisen, maximale vrije valafstand, mogelijke slinger- of zwaaibeweging bij een val en obstructies in het valraam. Na de analyse kunt u vaststellen welk type valbeveiligingssysteem vereist is en welk type onderdelen van het subsysteem vereist is en welk type onderdelen van het subsysteem het meest praktisch en veilig in gebruik zijn.

Valpreventiesystemen.